“OPERA” is een titel die niet veel verklapt” zegt hij. OPERA (latijn, meervoud voor werken) “Het is een vijfletter woord. Eigenlijk hebben al mijn solo’s vijf-letterige titels.”
Voordat Van Eyk zijn plan maakt voor deze solo, heeft hij eerst de ruimte in zich opgenomen. Plattegronden, de hoogte van de ruimte, hoe zijn de wanden, de vloeren enzovoort. Allemaal informatie die hij nodig heeft. Uiteindelijk bestaat de uitvoering van zijn show uit een samenspel van autonome werken en werken die ingrijpen in de ruimte. Dat zijn de werken die de ruimte een ander aanzien geven. Soms schurken deze ingrepen tegen de architectuur aan echter zonder architectuur te worden. Van Eyk legt bijvoorbeeld vloeren die zowel logisch als onlogisch zijn.
In het atelier zegt Ricardo van Eyk hoe hij gevormd is door de plekken in zijn jeugd en hoe hij de connectie met de buitenwereld zoekt. Het zit in al zijn werk, hij destilleert een eigen wereld aan beelden uit de gemaakte wereld van nieuwbouwwijken, wegen, gebouwen, vuilcontainers, stortplaatsen, hangplekken, skateparken, hekken, omheiningen, wachtruimtes, schotelantennes enzovoort. Hij is geen romanticus maar een realist. Een intuïtieve denker en maker. Hij maakt dingen niet mooier maar wel anders. Hij maakt de dingen zo dat ze ergens op lijken maar je weet niet direct waarop. Hij dwingt je niet maar hij vraagt je wel om goed te kijken.
Van Eyk zet in deze solo show de ruimte naar zijn hand. Logische en onlogische vloeren, glimmende reliëfs, rabarberbladeren in kassen, schotels die geen schotels zijn, gesloten kasten, structuren en texturen enzovoort.
Als toeschouwer dwaal je door het werk van Ricardo van Eyk. Je kunt groot kijken van een afstand maar je kun ook de ruimte afzoeken.








